Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIESPEL. 345

fcharrebiers - rekel, weg verlepte klungel! Gy! — Zedert wanneer kentgymy? — Hoe! wat zie ik, ' met nesfels op de fchouders ? Wel, dat is wat groots!

Pistol.

Daarvoor zal ik u den kraag van den hals haaien. Falstaff.

Niet meer, Piftol; ik wil niet, dat gy hier leven zult maaken. Verwyderu van ons gezelfchap, Piftol. De Waardin.

Och, neen, myn goede Kapitein Piftol; hier niet, myn lieve Kapitein Piftol.

Doll Tearsheet.

Kapitein! wel, gy vervloekte dobbelaar, fchaamt gy u niet, datgy u Kapitein laat noemen? Indiende Kapiteins van myne gedachten waren, dan zouden zy u eens helder afrosfen, omdat gy hunnen naam aanneemt vóór dat gy dien verkregen hebt, Gy Kapitein, gy verachtelyke ilaaf! en om welke dappere daaden? om dat gy misfchien eens eene arme -hoer in een bordeel den kraag van den hals gefcheurd hebt ? — Hy Kapitein! Hang op den rekel, hy leeft enkel van half verrotte pruimen , en uitgedroogde korften brood. Hy Kapitein! Zulke fchurken zullen het woord Kapitein nog zo verachtelyk maaken als het het woord gebruiken, dat een zeer goed woord was, vóór dat het in een' kwaaden zin gebruikt wierd. Bardolph.

Ik bid u, gaa naar beneden, myn goede Vaan-

drië'

Falstaff. Hoor eens hier, JufFer Doortje.

Pistol.

Neen, ik (gaa) niet. Ik zal u wat zeggen, Cor. poraal Bardolph, — ik zou haar wel willen ver. fcheuren. — Ikzalmy aan haarwreeken. Facie.

Ik bid u, gaa naar beneden.

Sluiten