Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIESPEL. 243

Falstaff. Piftol, ik zou gaarne een weinig ruft willen hebben.

P istol.

Waarde Ridder, ik kus u het vuiftje. Hoe' wy 'hebben de zevenftar immers gezien» Doll Tearsheet. Smyt hem naar de zevenftar, ik kan dien fmachterigen fchurk niet langer dulden.

Pistol.

Smyt hem naar de zevenftar, net of wy dat galge. gefpuis niet kenden?

Falstaff. Gooi hem weg, Bardolph , even als een kwaade fchelling. Als hy hier niets doet dan nietswaerdige dingen fpreeken, dan zal hy hier ook niets zyn. Bardolph (tegen Piftol) Kom, gaa de trappen af.

Pistol.

Hoe, zullen wy gewond worden ï zullen wy bloed ftorten 7 Laat dan de dood my in flaap wiegen, en myne droevige dagen verkorten! Laaten dan diepe, verfchrikkelyke , en gaapende wonden de draaden der drie Gezustersonttwynen. Kom, Atropos! (Hy vat zyn zwaard voeder op.)

De Waardij».

Dat ziet 'er hier fraai uit.

falst a ff.

6eef my myn' degen, knaap.

Doll Tearsheet. Ik bid u , Jantje, trek toch niet van leêr, trek niet.

Falstaff. Marfch, de trappen af. (Hy trekt zyn' degen, en jaagt Piftol uit de kamer )

De Waardin. Dat is hier een mooi leven; ik zou het liever ver» vloeken langer herberg te houden, dan zoveel fchrikkenenangftenuitteftaan. Zo, zo, daar zullen nog moorden en doodflagen van komen, dat wil ik wei Q a ver<

Sluiten