Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

244

HENDRIK de VIERDE

verzekeren. Ach! ach! fteekt toch uwe Blootede. gensop! fteekt toch op/

Doll Tearsheet. Ik bidu, Jan, houdutoch ftil, de rekel is weg. o Gy kleine heldhaftige ligtmis, daar gy zyt! De Waardin. Zyt gy niet gekwetft in de lafch ? My dacht, dat hy een' verfchrikkelyken ftoot naar uw'bujk deed. Falstaff, (tegen Bardolpb.") Hebt gy hem de deur uitgegooid ?

Bardolph. Ja, Sir, de rekel is dronken. Gy hebt hem in den fchouder gekwetft, Sir. |

Falstaff. Die fchurk! durft die my uittarten! •—

Doll Tearsheet. Wel myn lief klein fchelmpje '• o Myn lief hondje ! wat zweetgy 1 Kom hier, laat ik uw aangezicht wat afveegen. Kom hier, myn diefje, myn ftburkje! Ik heb u recht lief. — Gy zyt zo dapper als Hcaor van Trojenj — gy zyt alleen zoveel waardig als vyf Agamemnons , cn tienmaal dapperder dan de Eegen helder. Die fchurk I

Falstaff. Die luizige rekel! Ik wil den fchelm in een bed delaken knoopen.

Doll Tearsheet. Doe dat vry, zo gy het hart hebt; zo gy dat doet, dan zal ik u uiiTchen een paar beddelakens opba. keren. (Eenige Mufikanten komen op bet looneel.) Pagie.

De Mufikanten zyn gekomen, Sir.

Falstaff.

Laaten zy fpeelen; fpeett op, vrienden, Gaa' op myne knie zitten, Doll. Die rekel, diewindmaakende hondsvot 1 De Schurk liep van my weg als kwikzilver.

Doll

Sluiten