Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*S4 HENDRIK db VIERDE

ophangen in het glibberig want, zodat de dood zei. ve van het fchuimend gerucht ontwaakt ? Kunt gy o partydige flaap, uwe ruft aan den doornatten zee'. man in zulk een ruw tydftip fchenken, en dezelve weigeren aan een' Koning, in een* allergeruften en ftilften nacht, gepaard met allen de hulpmidde. ien om dezelve te bevorderen ? Dan is de geringe boer waarlyk gelukkig; want eén hoofd dat eene kroon draagt, legt zeer onzacht.'

TWEEDE TOONEEL.

De Koning, Warwick, Surret,

W ai wrc k. Ik wenfch uwe Majefteit van harte een' goeden morgen.

K. H e n d r i e. Is het reeds morgen,Mylords.

Warw ick. Het is reeds over één uuren.

K. Hendrik. Wel, dan wenfch ik u insgelyksgoeden morgen,-* Nu, Mylords, hebt gy de papieren gelezen, die ik aan u gezonden heb ?

Waïwick. Dit hebben wy gedaan , myn Vorft,

K. Hendrik. Dan hebt gy ook daaruit wei befpeurd hoezeer het lichaam van ons Koningryk vervuild is; welke hevige ziekten zich met het grootft gevaar rondom deszelfs hart beginnen te ontdekken.

Waïwick. Het is tot nog toe flechts gelyk aan een ongefteld lichaam, dat tot zyne voorige gezondheid kan herfteid worden door goeden raad en eenige geringe

ge*

Sluiten