Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

256 HENDRIK dë VIERDE

helzen; „ de tyd zal komen , " dus vervolgde hv : „ de tyd zal komen, dat booze fnoodheid de over' „ band krygende tot bederf zal uitbarflen. " Dus , ging hy voort, en verhaalde den toeftand van deeze tyden, en het verbreeken van onze vriendfchap. Warwick. Het leven van alle menfchen is eene hiflorie.die den aart der dingen van verlopen tyden verbeeld ; uit welker waarneeming iemand, al zeer naby de voornaamfte omwenteling kan voorfpellen van dingen , die nog niet gebeurd zyn, en nog in hunne zaaden en geringe beginfelen begraven leggen. Zulke dingen worden door den tyd uitgebroed; en uit derzelver noodzaaklyke gedaante kon Koning Ri. chard zeer naauwkeurig opmaaken, dat de magtige Northumberland, die hem toen ontrouw was, uit dat zaad tot grooter ontrouw zeu opgroeijen, die geen' anderen grond zou kunnen vinden om op te wortelen dan op u.

K. Hendrik. (? Indien dan deeze dingen onvermydelyk zyn , laa. ten wy die dan als onvermydelyke dingen te gemoet gaan. En dit woord zelf roept ons moed toe Men zegt, dat de Bisfchop en Northumberland vvftisduizend mannen fterk zyn.

Warwick. Dat is onmooglyk. Het gerucht verdubbelt alles, gelyk de flem en de de echo het getal voor bloodaarts. Het behaage uwe Majeileit zich naar bed ta begeeven. Op myne eer, myn Vorft, de legers, die gy uitgezonden hebt, zullen.gemaklyk de overwinning kunnen behaalen- Om u nog meer trooft te geeven. kan ik u zeggen, dat ik zekere tyding heb, dat Glendowsr dood is. Uwe Majefteitisnu zedert veertien dagen onpasfelyk geweeft, en deeze ontydige uuren moeten noodzaakelyk uwe ziekte doen veiergeren.

K. Hen-

Sluiten