Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

45*

HENDRIK de VIERDE

nog heden van den dollen Shallow zullen weeten te fpreeken.

S i L f. n c e.

Zy noemden u toen den vrolyken Shallow, Neef.

Shallow. Zy gaven my allsrbande naamen, en ik deed allerhande dingen, en dat zo maar voor de vuift weg. Daar was ik toen, en de kleine Johan Doit van Staffordshire, en de zwarte George Bare, en Francis Pickbone, en Wtlliam Squeele van Corswold: nooit zyn 'er zulke vier. vechtersbaazen in eenig Coliegie byëen geweeft; en , tusfchen ons gezegd, wy witten , waar de Bona-Roba's waren, enwy hadden die alle op commando Toen was Jan Falftaff, nu Ridder Johan, een kleine jongen, en Pagie by Thomas Mowbray, Hertog van Norfolk.

S ilenc e.

Die zelfde Ridder Johan, Neef, die nu ftaat hier te komen om foldaatsn voor het leger van den Koning aan te werven ?

Shallow. Dezelfde Ridder Johan, juift dezelfde, ik zag hem by de hofpoort Schoggan den kop aan ftukken flaan, toen hy nog een deumis was pas zo hoog; en op denzslfden dag vocht ik met eenen Simpfon Stok. fish, een fruitverkooper achter Gray's-Inn. o Wat hebben wy toen al zotte dagen doorgebragtl En nu te moeten zien hoeveel van onze oude kennisfen reeds van tyd tot tyd geftorven zyn t

SlLENCE.

Wy zullen hen moeten volgen, Neef. Shallow. _ Dat is gewis, zeer ga wis, zeker, zeer zeker. Het is, g?lyk de Pf.iimift zegt, den menfch gezet een. maal te fterven, alle menfchen moeten fterven. Hosveel mo,;t een koppel bul-oflen wel gelden op de markt te Stamford ï

Silew-

Sluiten