Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIESPEL' 269

Shallow.

Sir Johan, Sir Johan, doe uzelven geen nadeel; zyzyn twee mannen, die u beft lyken, en myn voorneemen was u van de beften te bedienen Falstaff.

Wilt gy my de befte mannen Ieeren uitkiezen, Heer Shallow? Wat geef ik om grove leden, fterkte, grootheid, zwaarte en uitwendige dikte van het lichaam? Ik zie enkel naar den geeft, Heer Shallow. Daar is Wart, hoe vervallen hy 'er ook uitzie,zal hy echter in het rond ftaan als een tinnegietershamer , en gaan en komen veel fchielyker dan een die in een' brouwersputftoel water put. En deeze halfuitgeteerde knaap , deeze Shadow, geef mydien ook, de vyand kan op hem niet mikken, zy zouden ruim zo goed de punt van een pennemeskunnen raaken. En wanneer het eens op retireeren aankomt, hoe fnel zal dan deeze vrouwen - kleerenmaaker , deeze Feeble , kunnen wegloopen ? Geef 'my flechts de mageren , en behoud gy de grooten. Geef een' fnaphaan aan Wart, Bar. dolph. \

Bardolph.

Vat aan , Wart; ftei u in poftuur. zo, zo, zo. Falstaff.

Kom, handel nu eens uw geweer. Zo, dat is goed, gaa voort, zeer goed, allerbeft o, Geef my maar altoos kleine, magere, oude, uitgerammelde, kaalkoppige fchutters. Wel goed, Wart gy zyt een knaap kaerel. Daar is een zes.ftuivers ftuk voor u.

Shallow. Hy is toch geen tovenaar, hy doet het niet goed. Het heugt my nog te Mile.end-green, toen ik nog in Clements-Collegie was; toen fpeelde ik voor Sir Dagonet; in het fpel van Koning Arthur, entoen

wa»

Sluiten