Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m HENDRIK di VIERDË.

gefchil de zwaarden te hulp roepen, om daarover te beflisfen.

Yoik.

Dit zullen wy doen, Mylord. (Weftmoreland. vertrekt.)

DERDE TOONEEL.

De Aartsbisschop van York, Mowbrat, hastinos, colevile.

M owb rat.

Ik gevoel iets in myn gemoed, dat my zegt, dat geene voorwaarden van onzen vreede kunnen ftand houden.

has t i n g.

Vrees daar niet voor; indien wy vreede kunnen maaken op zulk uitgeftrekte en willekeurige voorwaarden als die zyn waarop wy zullen aandringen, dan zal onze vreede zo vaft ftaan als een rotsachtig gebergte.

Mowbray. Ja, maar dit zal de prys zyn, waarop wygefchat zullen worden; dat de geringde en kwaalyk geduide zaak, ja zelfs elkenietsbeduidende, beuzeiach* tige en ingebeelde rede, by den Koning naar dit geval zal ruiken. Dat, al was ook onze oprechte trouw een martelaar van haare liefde , wy echter zulien gewand worden in een' zo harden wind, dat zelfs ons koorn zo ligt zal fchynen als kaf, en dat 'er tuffchen ons goed en kwaad geen onderfcheid zal gemaakt worden.

York

Neen , neen , Mylord ; merk dit wet op, dat zulke gezochte en onaangenaame kwellingen den Koning zeiven verveelen ; want hy heeft onderVonden, dat wanneer by zich door de dood van ééne

twyfe.

Sluiten