Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIESPEL' 303

wangen zat te wasfchen, in eene zó grievende geftalte van droefgeeftigheid, dat de wreedheid zelve, die fteeds gewoon is bloed tu zwelgen , hem ziende , haar* dolk met traanen van mededoogen sou afgewasfchen; hebben. Hy zal terftond hier komen.

K. Hendrik. Maar , waarom heeft hy dan de Kroon wegge» «omen? (Prins Hendrik komt,$p bet Tooneel.) Ziet, daar komt hy.—• Kom by my, Hendrik. (Tegen de twee andere Prinfen en Warwick.) Gaat uit het vertrek , en laat ons hier alleen. (Zy vertrekken.) P. Hendrtk. Ik had nimmer gedacht, dat ik u ooit wederom zou hebben hooren fpreeken.

K. Hendrik. Hendrik, uw wenfch was de vader van deeze gedachte. Ik blyf te lang by u , ik begin u te verveelen. Zyt gy zo hongerig naar myn\ledigen zetel, dat gy u gedrongen vind myne eertekenen te aanvaarden , eer de tyd nog geboren is t — o Dwaaze jongeling.' Gy ftaat naar eene grootheid, die u ter neder zal drukken. Maar, wacht nog een weinig; want de nevel van myne grootheid woid door een' zó geringen wind om hoog gehouden, dat dezelve welhaast zal nedervallen: myn dag is reeds betrokken. Gy hebt iets geftolen, dat, na verloop van weinige uuren zonder misdaad uw eigendom zou geweest zyn; en gy hebt, zelfs in het uur van myne dood myne verwachting van u bevestigd. Uw leven toont duidelyk dat gy my niet bemint, en gy begeert, dat ik met deeze verzekering mooge fterven. Gy verbergt duizend dolken in uwe gedach» ten, welken gy op uw verfteend hart gewet hebt, om één enkel half uur van myn broos leven te ver» moorden. Hoe i kunt gy my geen half uur langer dulden? Wel nu, gaa dan uwen gang, en delf zelf myn graf, en beveel aan de vreogdeklokken, dat

zy

Sluiten