Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S i q

HENDRIK di VIERDE.

David.

Ja, Mynheer. —— Hier is de rekening van den Smit voor hoef-en ploegyzers.

Shallow. Laat die ondertekend en betaald worden. — Sir Johan, gy zult niet verfchoond zyn. (Hy gaat naar de andere zyde van bet Tooneel.') David.

Nu, Mynheer, wy moeten ook eene nieuwe ketting aan de wateremmer hebben. En zyt gy van voorneeraen, Mynheer, iets van William's huur af te trekken voor den zak , die by op den Marktdag te Hinckly verloren heeft ?

Shallow.

Hy zal dien moeten betaalen. Eenige duiven, David, wat kortbeenige hoenders, een fchaapen. bout, en dan zo eenige kleine fchoteltjes met lek kere toefpyzen. Zeg dat aan William den Kok. . David.

Zal die Officier hier deezen nacht blyven,Myn-

heer ?

Shallow. Ja , David , ik zal hem vriendelyk behandelen. Een Vriend aan het Hof is zo goed als geld in den zak. Behandel zyn Volk wel, want zy zyn omzwervende Landioopers, zy zouden ons plukken. David.

Niet erger, Mynheer, dan zy zei ven geplukc zyn, want zy hebben verbaazend flecht linnen aan. Shallow.

Wel gezegd, David. Gaa uwe zaaken verrichten, David.

David.

Ik bid u, Mynheer,befcherm toch William Vifor van Wancot tegen Clement Perkes van den heuvel. Shallow.

Daar worden groote klagten ingebragt, David, tegen Vifor; die Vifor is een Hechte Knaap, voor zo verre het my bekend is. Da.

Sluiten