Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIESPEL. 3»

David.

Ik wil het uwe Edelheid wel toeftemmen, dat hy een Hechte knaap is;maar, God bewaar' ons,Mynheer, een Hechte knaap dient,op het verzoek van een' vriend , eenige befcherming te vinden. Een eerlyk Man , Mynheer, is in ftaat om voor zichzeiven te fpreeken , daar een fchurk dit niet kan doen. Ik heb uwe Edelheid, nu agt jaaren lang, getrouwelyk gediend ;en wanneer ik nu nog niet het vermoogen heb, om eens of tweemaal in een vie» rendeeljaars , een' fchurk te helpen tegen een' eerlyk' man , dan moet ik wel weinig crediet by uwe Edelheid hebben. De knaap is een braaf vriend van my, Mynheer, en daarom bid ik uwe Edelheid, dat gy hem uwe befcherming verleent.

S h a l low.

Gaa maar heen , zeg ik u ; hem zal geen leed gefchieden. Pas wel op, David. — Waar zyt gy, Sir Johan ? Kom, trek uwe Laarzen uit. Geef my uwe hand, Heer Bardolph.

Bardolph. Ik ben verblyd, dat ik uwe Edelheid wel zie*

Shallow. Ik dank u van gantfchen harte, myn goede Heer Bardolph. (Tegen de Pagie ) En wees gy ook welkom, kleine Knaap. Kom, Sir Johan.

Falstaff. Ik zal u volgen, myn goede Heer Shallow. Bardolph , pas op onze Paarden. (Sballow i Silence, en de overigen vertrekken , bebalven Falftaff. —— Wanneer men my in ftukken zaagde, dan zou ik ten minfte, vier dozyn zulke gebaarde Pelgrimsftokken kunnen uitmaaken , zo als Shallow is. —- Het is wonderbaarlyk om te zien, hoe naauwe overeenkomft 'er is tusfchen den aart van zyn volk en zyn' eigen; zy gedraagen zich, door hem na te aapen even gelyk zotte Vreederechters; en hv is, door met hen te verkeeren, veranderd in ' V 4 een'

Sluiten