Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

s-4 HENDRIK dï VIERDE.

den overledenen Hendrik. Ach! dat de nog leeven. Te Hendrik flechts de inborst had, van den mmften van deeze drie braave Heeren, hoeveel edele zielen zouden dan hunne ampten behouden, die nu voor ichepiels van een* laagen aart, het zeil zullen

moeten ftryken!

Lord-Opperrechter.

Helaas! ik vrees, dat alles ten onderfte bove» zal gekeerd worden.

6 Lancaster. Goeden morgen, Neef Warwick.

Gloucester.

Goeden morgen, Neef.

Clarence. Goeden morgen^Neef.^ ^ ^ ^

Wy komen byëen als lieden, die het fpreekei

vereeten hebben.

WB Warwick.

Wv kunnen nog wel (fpreeken); maar ons on. derwerp is te treurig om veel fpreeken toe te laaten. Xa a k c ast e r»

Wel nu , vreede zy hem , die ons dus treurig eemaakt heeft!

B Lord-Opperrechter.

Vreede zy ons , op dat wy niet nog treuriger worden Gloucester

Mvn goede Lord, gy hebt inderdaad een* Vriend verloren ; en ik ben wel verzekerd dat gy du treu. rig gelaat niet van de fchyndroefheid geleend hebt i maar, dat bet voorzeker uw eigen is.

Lancaster. Offchoon niemand weet hoe gunftig hy zal ontfangea worden, ftaat gy echter in de geringfte verwachrlng. Dit bedroeft my; ik wenfchte wel, dat het andets ware.

Cla-

Sluiten