Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIESPEL. 315

Clarence. Nu zult gy Sir Johan Falftaff, goede woorden moeten geeven, die altoos tegen den ftroom van uw ampt heeft opgeroeid.

Lord - Opperrechter. Waarde Prinfen, alles, dat ik gedaan heb, heb ik in esr en deugd gedaan , enkel aangefpoord door de infpraak van myn hart; en nimmer zult gy my eene onbetaamlyke, of lafhartige vergiffenis zien afbedelen. Indien waarheid en zuivere onfcbuld my niet kunnen redden , dan zal ik den Koning, myn' Heer, die overleden is, gaan opzoeken, en hem zeggen, wie my hem achterna gezonden heeft. (Prins Hendrik komt op het Tooneel.)

War w ick. Daar komt de Vorft.

Lord Opperrechter. God behoede uwe Majefteit!

Koning Hendrik. Deeze Titel van Majefteit, dit nieuw en prachtig kleed, zit my zo gemaklyk niet als gy wel zoud denken. Waarde Broeders, uwe droefheid fchynt met eenige vrees vermengd te zyn; dit is een Engelfch en niet een Turkfch Hof; het is geen Amurath , die hier een' Amurath opvolgt ; maar een Hendrik is hier de Opvolger van Hendrik. Wees echter treurig, Broeders, want, om naar waarheid te fpreeken, zulks ftaat u wel; de droefheid vertoont zich in u zó Vorftelyk , dat ik deeze mode ten diepfte zal volgen, door dezelve in myn hart te draagen. Wel aan dan, Broeders, weeft droevig; maar, waarde Broeders, trekt u die fmart niet ver. der aan, dan als een' algemeenen laft, die ons allen opgelegd is. Wat my betreft; ik bid u, om Gods wil.fteit u daaromtrent geruft; ik zal uw Vader en uw Broeder tevens zyn; draagt ©ylieden my flechts liefde toe, en ik zal uwe zorgen draagen. Schreit echter omdat Hendrik overleden is j ik zal het ook

doen;

Sluiten