Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

$ti HENDRIK db VIERDE

Bardolph. £n ik zal hem ook niet loslaaten, Mynheer.

Shallow. Wel, man, gy fpreekt ah een Koning. Geef het niet op, wees vrolyk. (Daar word aan de deur ge. Hopt.) Gaa, zien wie daar aan de deur is, hola

— Wie klopt daar. Falstaff , (tegen Silence, die de pocaal uitdrinkt. Goed; nu hebt gy my befcheid gedaan. Silence, f zingende,) „ Doe my befcheid, Ten deezen tyd, En flaa my Ridder,

Samingo "

Is het zo niet.

Falstaff;

Ja, het is zo.

Silence.

Is het zo» wel nu, zeg dan, dat een oud Man dog wat doen kan.

David, (tegen Falftaff.) Edele Heer, daar is een zekere Piftol, die van de Hof komt, met eene nieuwstyding voor u. Falstaff. Van het Hof, Laat hem binnen komen.

VYFDE TOONEEL.

Di Voorioew, Pistor

Falstaff. Wie is 'er, Piftol?

' Pistol, God zegene u, Sir Johan,

Fautaff; Welke wind heeft u hier naar toe gewaaid, riitol ?

Pif.

Sluiten