Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIESPEL.

33ï

trreesd voor uwe bevordering; ik ben de man, die u groot zal tnaaken-

Shallow. Ik begryp niet op welk eene wyze; of gy moeft my uw' overrok aantrekken, en dien met ftroo op. vullen. Eilieve, Sir johan, geef my flechts vyf. honderd van de duizend.

FiLSTirr. Ik zal myn woord houden, Mynheer. Alles, dat gy gehoord hebt, was maar een fchyn.

Shallow. Een fchyn, die u, naar ik vrees, tot uwe dood toe zal byblyven , Sir Johan.

Falstaff. Vrees toch voor geen' fchyn. Gaa met ray het middagmaal houden. Kom, Luitenant Piftol, kom Bardolph. Hy ^aI deezen avond wel om my zenden. (De Lord-Opperrechter en Prins Joban van Lam cajler komen weder op bet Tooneel.')

Lord • Opperrechter , (tegen een' Dienaar.) Gaa heen en breng Sir Johan Falftaff na de Fleet, en neem allen zyne Makkers mede. Falstaff. Mylord, Mylord I ——

Lord-Opperrechter. Ik kan nu niet mee u fpreeken. Ik zal u naderhand wel hooren. —— Breagt hen weg.

Pistol, (zingende.) „ Si fortuna mi tormtnta, il fperare mi contenta." (De Dienaars en de overigen vertrekken, uitgezon. derd Prins Joban en de Lord Opperrechter.) Lancaster. Deeze braave handelwys van den Koning gevalt tny. Zyn wil is, dat zyne voorige metgezellen wel zullen bezorgd worden ; maar zy zyn (uit zyne tegenwoordigheid) verbannen, ten tyd toe, dat hun gedrag voor het oog van de waereld, verftandiger m aediger zal blykea te zyn.

Sluiten