Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

336" AANM. van HENDRIK den VIERDEN

een tydperk van negen jaaren. Het Stuk begint met de nederlaag en dood van Hotfpur; en eindigt met de dooi yan Koning Hendrik IV, en de Krooning van Hendrik V. 6

Ibid. Theobald.

De Heer Upton wil, dat deeze twee Stukken niet het Eerfte en Tweede Deel van Hendrik den Vierden genoemd behoorden te worden. Hy zegt, dat het Eerfte Stuk eindigt, met de vreedzaame beveétiging van Hendrik op den Troon , door het uitroeijen der Rebellen. Dit kan men niet wel toeftemmen ; want de Rebellen zyn nog niet geheel uitgeroeid. Het tweede Stuk, zegt hy vertoont ons Hendrik den Vyfdcn, van veelerhande kanten ia het licht van een van een' goedhartigen ligtmis, ten tyd toe, dathy, na zyns Vaders dood , een meer •del en manlyk karakter aanneemt. Dit alles is waar; maar deeze voorftelling kan geen denkbeeld geeven van eene Tooneelvertooning. Wanneer de Leezer kan goedvinden deeze beide Stukken na te gaan, zonder de eerzucht te hebben van te willen berispen , dan zal hy zien , dat dezelven zódanig aan eikanderen verknocht zyn, dat het tweede nieti anders is, dan een vervolg op het eerfte; en dat de Dichter dezelven alleen van eikanderen gefcheidea heeft,omdat deeze twee Stukken byeen genomen te lang zouden zyn. *

Elke minuut moeft tbant de Vader va^n eene nieuwe lift zyn.

Dr. Warburton wil, dat men hier door lift geene krygslift, maar eene dappere daad zal verftaan.

D „ , Dr- Johnson.

rag. 200. Reg. 0,8. (van onderen.)

Gy baftaard - Kaboutermannetje In het Engelfch ftaat „ Tbou wborefon mandra„ te", het geen eigentlyk zeggen wil; „gy baftaaïd-

j, man-

Sluiten