Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

338 HENDRIK de VIERDE

toepen, dat een ieder, die my aanziet, my neemen zal zonder my te weegen, en evenwel kan ik u verzeke. ren m zeker opzicht, dat ik niet ganglaar ben: ik kan let zo met zeggen

Hier fpeelt Falftaff met het woord Angel, dat in het Engelfch een Engel, en ook zekere oudeMuntfpecie betekent, die by onze Voorouders onder den naam van Angelot bekend was.

Pag. 221 Reg. 3)4.

Jlnul \ P l/l i&wrleidelyk hart van deeze vrouw laagen gelegd belt

Jus*.6 e Saaf in Qrt0 ftaat deeze ze^

aldus. ,, oy hebt, naar het my voorkomt, het hgtverletdelyk hart van deeze Vrouw laagen gelegd Zt^LT T .00$meik™ februikt. zo in halrê geldmiddelen als m haare Perfoon - Deeze byvoe.

iVfr !ep4ft; dewTl de volgende aanfpraak IJ t Lord-Opperrechter aan Falftaff voornaamelyk op deeze laatfte woorden fchynt te zien.

P„n. ... d D*' JOHNSÖK.

Pag. 224. Reg. 10,9,8,7,5. (van onderen.)

u™&}£LrM beeft u d°™—™

F s t a f f

Vriend Gower, indien die my niet welffaan, dan is

* Onln- f m$i die ^ dezel™ S'lterd beeft

Onze Dichter bedient zich van dezelfde veinzing van onoplettendheid, in het Vyfde Bedryf va„ Écf.

rilhenepi^ZesdeD' in de ^aCnfpraak ™ P"n,fes Margareta en Suffolk, toen hy haar gevangen had genomen. Maar daar mist dezelve d«e geest.gheid welke wy hier vinden , om dat Margareta en Suffolk genoodzaakt zyn beiden ter zyde te fpreeken; en hier hebben de Lord-Opper-

wTen VLl'l™';30™tutfchen b.idenP,Ptot wien zy zich beurtelings kunnen wenden.

1hiobald.

Pag.

Sluiten