Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIESPEL» 33*

Pag. «7. Reg. O, 8. (van enderen.)

En dat ik een knaap ben, die vaardig ter band is.

Dit is eene Engelfche fpreekwyzo om te beteke» nen, een', die ligt genegen is tot vechten.

Dr. Johnsow.

Pag. 228. Reg. 3. *• (.van onderen,)

Wel, Mylord, Altbea droomde, dat zy in de kraam beviel van eene brandende fakkel.

Shakespeare it hier in de war met de Oudheid, kunde, hy verwart de brandende fakkel van He. cuba met het brandhout van Althéa. Het laatfte had een wezentlyk beftaan; en Hecuba, toen zy van Paris zwanger was, droomde flechts, dat zy beviel van eene fakkel, die het gantfcbe Ryk inbrand ftak.

Dr. JoHirsoN.

Pag. 229, Reg. ao.

Die Sint ' Martens • dag. Hiermede wil de Prins te kennen geeven, dat Falftaff , fchoon overgegeven aan de driften der jeugd, reeds in den herfst van zyn leven was.

Dh. Johkson. Pag. 230. Reg. 15. , . . . „ Ik zal de acbtbaare Romeinen tn kortbeta na„ volgen".

Ik geloof.dat men hier niet Romans .Romeinen; maar Roman, Romein, moet leezen met betrekking op Marcus Brutus, die zich byzonderlyk op een,* korten ftyl toelegde.

Dr. Warbürtow..

Ik'geloof, dat de verbetering van Dr. Warbur ton gegrond it, maar ik geloof daarby, dat zyne uitlegging verkeerd is. Ik denk , dat door den acht» baaren Romein bier gemeend word Julius Cajfar, op wiens veni, vidi, viei, Falftaff het oog fchynt te hebben in het vervolg van deezen brief, da*** hy zegt: „ Ik beveel my aan a; ik beveel u aan, „ en ik verlaat u". Nihi* y * P«t>

Sluiten