Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

350 HENDRIK de VIERDE

Falstaff.

,, Veracbtlyke Affyrier, wat is dan uw geval?

,, Laat Vorft Copbetua terftond uw tyding booren".

Deeze belachelyke verfen zyn genomen uit een oud winderig Tooneelfpel genaamd : Koning Co> pbetua.

Dr. Warburton»

Pag. 33°. Reg. 4,5,6.

Bedenk , dat bet graf voor u driemaal wyder, gaapt dan voor anderen. Antwoord my hierop niet met eenige zotteklap.

De Natuur is verwonderlyk wel getroffen in dit gezegde. De Koning nu alle zyne dwaasheden afgelegd hebbende, beftraft zyn' ouden makker met grooten ernst; hy neemt hier het karakter aan van een' geestelyken ; beveelt hem, dat hy zich tot het gebed zal begeeven ; en zyne ligtmisferyê'n vaarwel zeggen. Maar deeze uitdrukking doet in hem een' boertigen inval opkomen, welke hy niet kan nalaaten te achtervolgen. Bedenk, zegt hy , dat bet graf voor u driemaal wyder gaapt dan voor anderen, enz. en ftaat op het punt van weder tot de oude grappen van Prins Hendrik te verval* len, door eene kluchtige aanfpeeling op Falftaff 't dikken buik; doch hy bemerkt zyne fout terftond, en vreezende, dat Sir Joban hiermede zyn voor» deel zou zoeken te doen, beftraft hy zichzelven, door het verbod, dat by aan den Ridder doet, van hem niet met eenige zotteklap te beantwoorden; en hierop vat hy den voorigen toon van zyn ge* fprek weder op, en gaat voort met zyne zedelesfen tot aan het einde van deeze rol.

Dr. Wahburton.

Pag. 331. Reg. 18,17. (van onderen.") Gaa been en breng Sir Joban Falftaff na de Heet,

Ik

Sluiten