Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S L T S P E L. 3«S

Claudio.

En ik, myn Voist, heb, in waaiheid, eveneens gefproken.

B ened i cto. En ik heb , op myne dubbele eer , en dubbele waarheid , ook zo gefproken.

Claudio. Dat ik haar bemin, dit gevoel ik.

Don Peoeo. En, dat zy het waerdig is, dit weet ik.

Benedicto. En, hoe het mooglyk is , dat men haar kan be< minnen , of hoe zy het waerdig kan zyn, is een ftuk, dat ik niet begtypen kan, en dit denkbeeld kan door geen vuur uit my gefmolten worden ; ik wil daar voor aan den ftaak fterven.

Don Pedro. Gy zyt altoos een hardnekkige ketter geweest, in het verachten der fchoone fexe.

Claudio.

Eb nimmer heeft hy zyn ftuk kunnen ftaande houden , zonder zyn' eigen' wil geweld aan te doen. Benedicto.

Dat eene vrouw my gebaard heeft, daar voor bedank ik haar; dat zy my opgevoed heeft, daar voor bedank ik haar zeer vriendelyk, maar de vrou« wen zullen my het niet kwaalyk neeroen, dat ik niet van voorneemen ben , om een' roeper op myn voor hoofd geplaatst te zien ,of myn' jagthoorn aan een' onzichtbaaren draagband op te hangen; om rede, dat ik niet ééne van haar het onrecht wil doen van haar te mistrouwen , wil ik myzelven het recht doen van niet ééne van haar te betrouwen; kortom het mooi van de zaak, waar door ik des te mooijer kan vry komen, is, dat ik vjyër wil blyven.

. Don Pedro.

Ik zal u, vóór myne dood, nog bleek zien van verliefdheid.

B E-

Sluiten