Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L Y S P E L. 36*

de eene of andere vermomming uwe rol fpeelen, en aan de fchoone Hero zeggen, dat ik Claudio ben, en myn hart in haaren boezem uitftorten, en haare aandacht gevangen neemen, door de magt en den hevigen aanval van myne verliefde redenen ; dan zal ik my vervolgens tot haaren Vader wenden, en het befluit van dit alles is, dat zy de uwe zal zyn. Laaten wy dit nu terftond werkftellig maaken. (Zy vertrekken, en Leonato komt met Antonio voeder op let Tooneel.)

Leonato. Wel nu, Broeder, waar is myn Neef uw Zoon? Heeft hy de Muzikanten bezorgd?

Antonio. Hy is 'er drok mede bezig; maar, Broeder, ik kan u iets nieuws Zeggen, daar gy nog niet van gedroomd hebt.

Leonato.

Is het wat goeds?

Antonio.

Zo als het lot het wil ftempelen, het ziet 'er ten minfte goed uit, het laat zich wel aanzien. De Prins en Graaf Claudio zyn door een' van myn volk beluisterd geworden, terwyl zy in eene digtbegroeide laan van myn' hof wandelden : de Prins ontdekte aan Claudio, dat hy op myne Nicht uwe Dochter verliefd was, en dat hy voorgenomen had haar dit deezen avond op het bal te ontdekken; en ingevalle zy met hem overeenftemde, was hy van voorneemen de gelegenheid by bet haair te vatten, en ter» ftond met u over die zaak te fpreeken.

Leonato»

Heeft d§ knaap * die u dit gezegd heeft, eenig verftand.

Antonio. Het is een recht flimme knaap; ik zal om hem zenden, dan kunt gy hem zelf ondervraagen.

A;i Lèö.

Sluiten