Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L Y S P. E L. 381

Don Joan.

Signor, gy zyt grootelyks in de gunst van myn* Broeder, hy is verliefd op Hero, ik bid u, dat gy ham dit tracht af te raaden , zy is hem niet gelyk in geboorte; gy zult daarin handelen als een eerlyk man. Claud 1 o.

Hoe weet gy, dat hy haar bemint? Don Joan.

Ik heb hem zyne liefde hooren beëedigen. Bokachio.

En ik ook , en hy zwoer, dat hy haar nog zelfs deezen avond zou willen trouwen. Don Joan, (tegen Boracbio.)

Kom, laaten wy naar het feest gaan. (Don Joan tn Boracbio vertrekken.)

Claudio , (alleen.)

Dus antwoord ik dan , in den naam van Benedicto ; maar hoor dit droevig nieuws met de ooren van Claudio. Het is wel zeker zo .... de Prins be«

geert haar voor zich zeiven De vriendfchap

is ftandvastig in alle andere dingen, beha!ven in den dienst en in de zaaken der liefde; en daarom, allen cy verliefde harten, bedient u van uwe eigene ton« gen, laat een ieders oog voor hem zeiven in onderhandeling treeden, en geenen bemiddelaar betrouwen ; de fchoonheid is eene Toveres, door wier betovering gexr-mwheid tot bloed vèrfmelt. Dit is een toeval der beproeving van één uur, welke ik niet mistrouwde. Vaarwel dan Hero ! (BenediQ* komt op bet Tooneel.)

B bned icto.

Zyt gy Graaf Claudio?

Claud 10. Ja, die ben ik zelf.

Benedicto. Kom , wilt gy met my gaan ?

Claudio.

Waarheen ?

Be-

Sluiten