Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

386 VEEL LEVEN over NIETS.

Don Pedro. Gy hebt hem ter neder geworpen, Mejuffer'; e» hebt hem ter neder geworpen.

Beatrice. Ik zou niet gaarne willen, Prins, dat hy het my deed, uit vrees, dat ik dan eene moeder van gek. ken mogt worden.— Ik heb Graaf Claudio, dien gy my bevolen had op te zoeken, hier gebragt. Don Pedro. Wel, Graaf, hoe is het» Waarom zyt ey droef* geestig*' ' °'

Claudio, Ik ben niet droefgeestig, Prins. _„ , Don Pisko.

Wat dan, ziek ?

'Claud ro. Geen van beiden, Prins.

Beatrici, De Graaf is noch droefgeestig, nóch ziek, noch vrolyk, noch gezond; maar zo zacht als een oranjeappel, fchoon fomtyds van dezelfde jaloerfche kleur. DonPedro. In waarheid,Mejuffer ik geloof, dat uwe veraelyking juist is; offchoon ik wel met eede wil verklaaren ,dat,indien dit zo is.hy een verkeerd denkbeeld heeft. Kom hier, Claudio. ik heb voor u gevryd, en de fchoone Hero voor u gewonnen • ik heb met haar* Vader gefproken, en zyne toenam, rtiing verkregen ; bepaal flechts den dag van uw auwelyk, en God geeve u alle mooglyk genoegen t Leonato. Graaf, ontfang van my myne Dochter, en met haar het erfrecht op allen myne goederen. Des Prmfen goedheid heeft dit huwelyk bewerkt, en de Algoedheid zegge daarop, Amen I Beatrice. Spreek, Graaf, het is uwe beurt.

ClA*j!

Sluiten