Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2 L r S F E L. 425

hebben van een' echten man. Indien kwaade godachten geene goede gedachten kunnen verdraaijen, dan beleedig ik hierdoor geen' menfch; is 'er eenig kwaad gelegen in het zeggen van: nog zwaarmoe. diger door het gewigt van een' echten man? My dunkt van neen, wanneer het de wettige man en dewettige vrouw is, anders is het ligt en niet zwaar; vraag het maar aan Juffer Beatrice, zie daar komt zy.

ZEVENDE TOONEEL

De Voorioew, Beateice,

Hero.

Goeden morgen, Nicht. .

Beatrice. Goeden morgen, waarde Hero.

Hero.

Wei, hoe nu? Gy fpreekt op een' zo zieklyken toont

Beateice. Ik ben uit alle andere toonen uitgeraakt, zo my voorkomt.— Maar, Nicht, het is genoegzaam vyf üuren; gy behóórde reeds gereed te zyn. Op myne eer, ik ben gantsch niet wel.

Maroareta. Welnu, indien gy niet Turkfch geworden zyt, dan kan men niet meer naar de Harren zeilen. Beatrice. Wat meent gy daarmede, zottin? Spreek op.

Maroareta. Ik, niets 1 Maar God geeve een' ieder' zyns ban ten wenfch!

Hero.

De Graaf heeft my deeze handfchoenen toegei zonden, zy zyn zeer fchoon geparfumeerd. Beatrice. Ik ben verftopt, Nicht; ik kan niet ruiken.

Dd s Mar-

Sluiten