Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4s3 VEEL LEVEN over NIETS.

Maroareta. Nog maagd, en varftopt !..,. Maar men kan ligtelyk eene koude vatten.

Beatrice. Heer! Heer! Hoe lang hebt gy profesfie gemaakt van aartig te weezen t

Margareta. Zedert dat gy daarmede zyt uitgefcheiden; ftaat de aartigheid my niet wei ?

be a tri ce'

Men kan die niet genoeg zien, gy moest haar ia uwe muts draagen. — Neen, waarlyk, ik ben niet wel. Margareta. Neem wat gedistilleerde geest van Carduus Benedictus en ftryk dat over uw hart, daar is gten beter middel voor flaauwtens.

Hero.

Daar fteekt gy haar met eene distel. Beatrice.

Benedifhis ? Hoe , Benediftus ? Gy meent iets anders met uw' Benediétus.

Maroareta.

Iets anders; neen, «p myne eer, ik meen niets anders; ik meen enkel de gezegende distel tmisfehien zoud gy denken, dat ik my verbeeld, dat gy verliefd zyt; maar waarlyk, ik ben zo gek niet dat ik zou denken, dat ik wil; en ook wil ik niet denken, dat ik kan; en ik zou waarachtig ook niet kunnen den* ken, al dacht ik ook myn hart ui', dat gy verliefd zyt,of dat gy verliefd zult zyn,of,dat gy verliefd zoud kunnen zyn; Signor Benedifto was ook juist van dien aart; en nu is hy een man gewoiden (als anderen); hy was gewoon te zweeren, dat hy nooit zou trouwen, en nu echter eet hy, in fpyt van zyn hart, die fpys zonder walging, en hoe gy nog eens bekeerd zult worden weet ik niet; maar my dunkt, dat gy nu eveneens uit uwe oogen begint te zien als andere vrouwen.

Bïa-

Sluiten