Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L T S P E L. 435

Dos Fe de o.

Nu «dan zyt gy geene maagd meer. Leonato, het moeit my, dat gy dit hooren moet; op myne eer, ik zelf, myn Broeder, en deeze -verongelykte Graaf hebben haar, op dat uur in den voorleden' nacht gezien , en haar hooren fpreeken uit haar kamer* vender met een' eerioozen boef. die, als een on. befchaamde deugniet, de eerlooze byëenkomften, weike zy duizendmaal met eikanderen gehad heb; ben, heeft opgehaaHd.

Dok Joan.

Foei, foei 1 Prins, zy moogen niet genoemd of opgehaald worden; daar zyn geene kuifcbe woorden te vinden om die uit te drukken zonder iemand te beleethgen; en derhalven, myne goede Juffer» ben ik met recht bezorgd over uw flecht gedrag. Claudio.

o Hero I hoe wel zoud gy aan nw* naam be2ntwoord hebben, indien de gevoelens en raadflagen van uw hart overeenkomftfg waren geweest met uwe uiterlyke bevalligheden ƒ Maar nu , vaarwel alleraffchuwlykfte fchoon allerfchoonfte! Vaarwel, fchoone ondeugd, on ondeugende fchoonheid l Dm u alleen zal ik allen de poorten van myn tiatt voor de liefde fluiten ; om u zal fteeds de achterdocht rusten op myne oogleden, om alle fchootfheden in vermoedens van mrsdaadigheid te veranderen; en nimmermeer zullen dezelve eenige bevalligheid voor my hebben.

Ceowato. fïeeft niemands zwaard eene punt voor my t

Beatrice, (tegen Hero,) Wat is dat, Nicht* Zinkt gy ter neder ?

©ow Joan. Komt, laaten wy gaan; de zaaken, die nu aan het licht gekomen zyn, verdikken haare levensgeesten. (Don Pedro, Dan Joan, en Claudio vertrekken.)

Eez TWEEDE

Sluiten