Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L r S f £ L. 4J7

rninnelyk in myne oogen geweest ? Waarom heb ik "et liever met eene liefdaadige hand eens bedelaar* fpruit aan myne deur opgenomen? Van wek i Ik . wanneer dezelve dus met oneer bevuild en bevlekt was, had kunnen zeggen: Ik heb geen deel daaraan; zy ontleent deeze fchande van onbekende en^nen Maar de myne!.... de myne, die ik beminde! de myne dWroemde! de myne, waarop iK trotfeh was" die zó zeer de myne was, dat ik nayzelven minder de myne rekende in vergelyk.ng van haar Si zvl .... Ach! zy is gevallen in zulk een' poel van fnkt dat de ruJe zee geene droppen genoeg heeft om haar weder fchoon te wasfehen, en geen zout genoeg or/haar vuil bedorven vleefch eemgen fmaak te geeven!

Benedicto. Heb toch eeduld , Mynheer; ik voor my ben zo opgïtogen val verwondering, dat ik niet weet,wat ik van de zaak zeggen zal.

Bbateice. o, Op myne eer! Myne Nicht is valfchelyk be-

l£>e<!n' Benedicto, (tegen Beatrice.)

Mejuffer. hebt gy in den laatftverlopen nacht by haar geflapen ? ' Beatrice. Neen, toen niet, offchoon ik anderi het geheel voorleden jaar by baar geflapen heb.

Dit bevestigt,dit bevestigt bét!oHierdoor word datgeen .hetwelk te vooren reeds door ven gefterkt was, nog fterker gemaakt. Zouden de Prinfen liegen 1 Zou Claudio liegen ? Hy,die haar zó zeer beminde, dat hy, van haare bevtektheid fpreekende , dezelve met traanen wafchtc ? Brengt haar vanhier en laat haar fterven.

De Munnik.

Geeft my een oogenblik gehooi. Ik he» ensei Ee 3 29

Sluiten