Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

443 VEEL LEVEN over NIETS.

Benedicto. Waarlyk , ik geloof, dat uwe brave Nicht ver» ongolykt is.

Beateice. o Hoe zeer zou die man zich by my verdiend maaken, die haar recht wilde verfchaffen 1 Benedicto. Is 'er eenig middel om u deeze vriendfchap te be. toonen ?

Beatrice. Een zeer ligt middel, maar geen zulke vriend.

Benedicto. Kan eenig man dat doen ?

Beatrice. Het is de zaak van een' man, fchoon niet de uwe.

Benedicto. Ik bemin niets ter waereld zo zeer als u; is dat niet vreemd ?

Beatrice.

Zo vreemd als ik weet niet wat; bet zou even mooglyk voor my zyn te zeggen: Ik bemin niets zo vuurig als u. Doch geloof my niet, en evenwel lieg ik niet; ik beken niets, en ik ontken ook niets. Ik ben bedroefd om myne nicht.

Bened icto. By myn'degen, Beatrice, gy bemint my.

Beateice. Zweer niet daarby, maar eet dien op.

Benedicto. Ik wil daarby zweeren, dat gy my bemint; en ik wil hem dien doen opeeten, die zeggen durft, dat ik u niet bemin.

Beatrice. Zult gy dit woord niet weder opeeten ?

Benedicto. Met geenerhande faus, die daartoe kan uitgedacht worden; ik zweer, dat ik u bemin.

BXA'

Sluiten