Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L r S P E L. 4Sr

heid met een' zyden' draad wilde boeijen; die pyn met wind, en doodiluipen met toverwoorden dacht te verdry ven. Neen, neen; het is wel de zaak van een' ieder van geduld te fpreeken tegen degeenen ,die gekromd gaan onder den lalt der droefheid; maar geen menfch heeft moed of vermoogen genoeg om zo bedaard te zyn, wanneer by zelf iets dergelyks moet ondergaan ; en daarom, geef my geen'raad; want myn leed overfchreeuwt alle raadgeevingen. Antoni o. Hierin verfchillen de mannen dus niets van de kinderen.

Leonato.

Ik bid u, zwyg; ik wil ook van vleefch en bloed zyn, naardien 'er nog nooit een wysgeer geweeft is, die met geduld kiespyn heeft kunnen verdraagen, offchoon zy in den ftyl der Goden gefchreven, en met de wiiTelvalligheid en den tegenfpoed den fpot gedreven hebben.

Antonio.

Maar , laad toch al het leed niet op uzelve, laaten zy, die u beleedigd hebben, dat ook hel. pen lyden.

Leonato.

Daarin fpreekt gy wel; ja, dat zalikdoen. Myn hart zegt my, dat Hero belogen is; en dat zal Claudio, dat zal de Prins weeten, en allen degeenen, 'die haar dus onteerd hebben.

TWEEDE TOONEEL.

De Vooeigen, Don Pedbo, Claudio.

Antonio. Daar komt de Prins, met Claudio in groote haast.

Ff 2 Dow

Sluiten