Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X 15 X

de beflisfing hier van niet in, om dat ik voor mij geloof, dat de waarfchuwingen van den Apoftel minder tot de tijden, waar in hij fchreef, dan tot die, welke hij voorzag dat op handen waren, betreklijk zijn, hoewel uit den tweeden brief aan Timotheus, den opziender der Ephefifche Gemeente, die waarfchijnJijk gelijktijdig met deezen brief is afgezonden , bijzonder uit Cap.- i: 14, 2: 16, en 3: 5, 6. genoegzaam blijkt, dat de beftrijders van het reine Euangelie reeds toen zich begonnen te laaten zien en nu en dan het hoofd op ftaken.

In het uitvoerig verhaal, dat ons Lucas doet (Hand: 20) van het ernftig en gevoelig affcheid, dat onze Apoftel te Mikten van de Ephefifche en de overige Leeraars van klein Afien nam, zien wij Hem, vol deelneeming in de belangen van het Chriftendom, en den bloei eener Gemeente, waar in hij drie Jaaren lang gearbeid hadt, hun voorfpellen, het geen hem God geopenbaard hadt, en waar toe hij den aanleg reeds bemerkte, namelijk de beroerten enfchade, die door Dwaalleeraars onder hen verwekt zouden worden; — van elders zouden 'er wolven inkoomen, die de kudde niet zouden fpaaren, en, het geen nog erger

eene tweede gevangenis zegt, wel boofdzaakeïï.jk niet fchijnt te kunnen verworpen worden, om de hoop der verlosfing , cie de Apoftel in de eerfte banden hadt Philem. vs. 22 en Philipp. v. 25, en om het ftandvaftig getuigenis der oudheid , waar over men Cave in Kita , en anderen, nazie; maar dat echter de bijzonderheden zoo donker, zoo onzeker zijn, dat men daar op weinig aangaan, veel min in de uitlegging bouwen kan, vergcl. Witsius /. c. Sea. 12. § 40. p. 215, reeden, waarom Wssseuus Orat. de laudibus Ap. Pauli, achter 's mans Dijf. S. Leidens. pag. 542, zeer twijfelt, of Paulus niet Nero overleefd heelt, en dus het geheel verhaal zijner onthoofding onder dien Keizer een verdichtzel is; doch waar tegen verdie.it geleezcn te zijn G. F, Güde, de Jlatu Ecclef. Ephe/i;:<tf p. 228,

Sluiten