Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'X 16 X

ger was, vit hun zeiven zouden mannen opft2aiïf fpreekende verkeerde din ;en, om de Difcipelen af te trekken achter zich tvs. 29 en 30). Dit ongunftig vooruitzicht vervulde beftendig den geheelcn geest des Tharfers, hij vernam van tijd tot tijd naar den toeftand dier Gemeente, zorgde voor hun zuiver onderwijs door Timotheus, Tijchicus en andere Euangeiifche mannen, en vooral, een oud man zijnde en een gevangene om de leer van Jesus , poogde hij nu doopbrieven tegen het voortëetend kwaad te waarfchuwen, zoo in de twee brieven, die hij aan Timotheus, hunnen voornaamften Leeraar, toefchikte, als door deezen, die aan de geheele Ephefifche Gemeente werdt afgezonden.

Uit dit oogpunt befchouwd, behelst de brief niet zoo zeer wederleggingen van alreeds verfpreidc, en te Ephefen ingewortelde dwaalingen; als wel duidelijke, leevendige en krachtige voordellen van de voornaame hoofdwaarheden des Chriitendoms •, opwekkingen tot ftandvaftigheid, die zich aan zijne banden niet ergerde; aanfpooringen tot éénsgezindheid , die het oor voor fcheurmaakers en verleiders doof hieldt; en leevensregels voor een Euangelisch gedrag, dat van alle losheid des vernufts en des wandels afkeerig was; waar door de geheele brief, naar de billijke aanmerking van Athanasius, üo-wtp Ketrnx^m is, of een Catechetisch, een Godstdienst- onderwijzend voorkoomen heeft (a). 0m

O) Dat dit het waare oogmerken de aanleiding des. brieft is, toont de vermaarde H. de Groot, Annot tn li. hp. p. 883. en T. H. Heideggerus, Echnd. de h. Eptfi. Js. $.i>. 12 5 4 « 77V En 'er is geene reden, waarom A. Calovius, Bibl. Ulujlr, in h. I. p. 644, naar zijne gewoonte, ook hier Grotius wederfpreekt: men vergelijke ook tcgcu Marcion, en naderhand TVIill en Usserius, die meenen , dat deeze brief niet aan de Ephefters, maar aan die van Laodieea gefchreeven is, Wolfius Cur. proleg tn h, ^. benevens Whitbij , L'Enfant en anderen, aldaar aangenaaid.

Sluiten