Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

x x8 x

alles, wat de volks-bijgeloovigheid ten aanzien vaa haare beeldenis, en den EpheüTchen Tempel, tegen lprak.

Nog meer gevaar liepen daar de Chriftenen, door de toomlooze volkszucht tot vermaak , tot weelde en flordige zeden: de hoofdftad van klein Aften, zoo berucht door Luxe, daar te boven eene rijke, handeldrijvende , en door ontucht verdartelde ftad zijnde, hadden de daar opgevoede en aan losfer leevenswijs gewende Lieden alle gevaar, om verlokt te worden, en zich door de welbefpraaktheid der voorftanders van de weelde, door het aanloklijkeder openbaare feeften, vooral door Dwaalleeraars te laaten vervoeren, die, ja, Chriftenen wilden heeten, of hun ten minden dien naam laaten behouden, maar hen echter met grondbeginzelen vervulden , die den trek tot de weelde minder beftreden, en waar bij zelfverloochening en dooding van de leden, die op aarde zijn, geen praóticaal Leerftuk was. Althands te Ephefen ïïiogt niemand door deugd of dienst aan de maatfchappij uitmunten, en men waakte daar tegen door eene volkswet (ö); hoe noodig was het dan den Chriftenen,

welke

denzelven bij Deijltng, Obf. S. part. 3. p. 284) is dus dezelfde met de Ifis der Egijptc-naaren, de door de Zon, OJijris, de bewerkte Natuur, waar over men Pluche nazie, Hifioire du Ciel, — in een meer Godabetaamenden zin hebben veelen den naam der Godheid t'lfê > Algenoegzaan, van

zoortgelijke beeldfpraaken afgeleid.

(ö) Zoo verklaart men doorgaans de Wet: Niemand onder ons mag uitmunten, als of die 00!: op deugd en zeden zag, en zeeker, Strabo Geogr. L. 14. ƒ>. 950. Ed. Casaub. verhaalt ons, dat men te Ephefen een burger Hermodorus uitbande, alleen om dat hij bij uitiiek braaf was en nuttig voor de maatfchappij, het geen Heraclitus zoo onvriendlijk maakte, dat hij alle de Ephefiers waardig verklaarde, om opgehangen te worden. De wet wordt op reekening der Jjliiefters gefteld, door Cameraiuus , Hor. Subcif.

Qeiit.

Sluiten