Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X 20 X

Öofterlingen den algemeenen weereldgeest en eene ineenigte van ondergeeften in zijn zamenftelzel behouden, waarop misfchien de Apoftel het oog heeft, Cap. 6: 12 (ö). Toen nu yeelen van hun het Christendom omhelsden, kleefde nog al vrij wat van dien ouden zuurdeeg aan, en anderen vermengden de leer van Jesus zoo met hunne philofophifche beginzelen, dat de Gemeente gefchud en aan een wan gelijk werdt, waar eene meenigte kafs uitvloog, en de Dwaalleeraars in handen viel.

Bij dit alles kwam nog een tweede kwaad. Te 'Ephefen was de Joodfche Natie bij uitftek talrijk en gezien. De voordeden van den handel lokten hen, en nog meer de voorrechten, met welke zij door de Romeinen, voor meer dan ée'ns beweezen dienst in het dempen van oproeren, begiftigd waren (è). Ook van deezen namen zommigen de Apoftel-prediking aan, maar met het zelfde gevolg, als overal: Joodschgezinde Leeraars zogten hen tot de onderhouding van Moses kerkwetten te verbinden, leerden eene rechtvaardigheid uit de wet, en vervulden de Gemeente met nutteloos krakeel over de wet, en cabaliftiche vonden; terwijl de andere Jooden, ongeloovig en doodlijk gebeeten op de Leer van Jesüs van Nazaheth, alles infpanden, om de Heidenen ter vervolging van deszelfs Predikers en Belijders aan te hitzen.

Uit dit alles werden nu de gevaarlijkfte van allen, de nieuwe Opklaarers, en Verbce eraars van den Godsdienst

CO Vergelijkt over Thale" . uit de o.uden Dicg. Laë^t. de Vita. L. I. PuHIUS. Hifi. Nas. L 2. ClCERO de Devitii L. i.

Een voorbeeld daar van , leezemen bij Josephus Ant, Jud. L. i<5. C. 8: ook heeft Jac Groijovius verfcheidene cleezer Voorrechten opgegeevea, in Dccret. Homa.i, &Ajiut. fro Judacis, pag. 5.

Sluiten