Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X *5 X

Cappadocien zeer veel opgang O), wiens leeven, honderd Jaaren daar aan, door Philostratus be-

fchrce-

(a) Ik zou van deezen bedrieger, (of misfchien , moet ik zeggen, van zijnen Romanfchrijver) in deeze aanteekeningen gezweegcn hebben, zo niet de bevrijders van het Chrhtendom, en zelfs onze Neologen en Opklaarers, zich al immer weder van deeze fabel bedienden, om door dezelve , en andere foortgelijke Tover- en Mirakel-legenden, het Euangelie en Jesus zclven veracht en befpot te maaken, v/aar toe men wel geen dommer keus doen kon. — Deeze Cappadocier onüYieldt zich veel te Ephefen, en maakte, omtrend den tijd van Domitiaiius, en dus eenige Jaaren na Paulus, veel gerucht, tot op den tijd van Nëuva, onder ■wiens regecring hjj fterf, hij noemde zich een Pijthagorist, en verkreeg door zijne behendigheid, list en phijficale konHen den naam van een Tovenaar; de oudheid verhaalt, dat de Apoftel Joannes met hem te Ephefen twistte. Of hij ■waarlijk een Tovenaar was weet ik niet, maar'wel, dat hij een flegt mensch, een bedrieger, en de Cagliostro van de eerfte Eeuw was. Veel meer dan een Eeuw naderhand befchreef Pkilosthatus zijn leeven. en verhief hem in zijne Wonderen hemelhoog, en het is uit die befchrijving, dat men uu ncg de wapenen tegen het Christendom ontleent. Laat ik alleen doen opmerken: i ) Hoe weiidg geloofgedenkfehriften verdienen , die noch door den Schrijver, noch door ooggetuigen beveiligd zijn : hoe geheel anders ftaat 'er i jfoan. i: 1--3 ! 2.) Dat nochT^ciTus, noch Suëtonius, Dioh Cassius. Plutahchus, noch Celsus zelve, die bittere vijand van het Euangelie, één wcord van hem fpreeken, ten bewijze , hoe gering zijn roem was. 3.) Philostratus fckreef deezen Roman gewis om Caracalla en Julia, die zeer verbot waren op Sophifterij en tover-hiftorien, te vermaaken. 4) Het verhaal wederfpreekt zich zeiven door fabelen, b. y. de Euphraat, onder den grond doorloopende, zou zich in Esijpten met den Nijl verecnigen, Philostp. de Tita L. f. C° 11 , de vrouwen in Indien zouden tot aan de borst zwart, en vcor het overige wit zijn, L. 3. C. 1 , ertz. 5.) Eindelijk, Philostkatus geeft zijne daaden minder als wondere;:. dan als aangeleerde Konstenarijen, op, de Brachmans der Indien hadden hem onderweezen, L. 8, en de Tovenaars van Babel erkenden hem als een Medebroeder L.. ï. C. 1 , 3. — Onder de Heidenen hield men hem zelfs voor een bedrieger, Lucianus , in PJtudomantis peg. 750 fpreekt van eenen A-

LE-

Sluiten