Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

):C a? >(

fchreevetl op eene Romanefque wijze, het Chrifleadom veel nadeel heeft toegebragt (a), zoo dat zelfs sen groot Man van oordeel was (fr), dat Paulus,

ah

lexander, ook een Tijger, een groot liefhebber (e>r??) der wellust, die één uit de gemeenzaame Vriendenvan Apcllcnius was, en van de geenen, t»i «•<*«■«» üvrü ipyiïUi liSitm , die zijn geheele toneelwerk kenden ;rJie meer van deezen man wil weeten, leeze Hüêt , Demonfir. Euang. prop. O. C. 147. fol. 650-655, Spanheim Hijlor. C. § i.col. 593, benevens mijnen volwaarden Amptgenoot Pref. Hofstede , Bijzonderheden T. 2. p. 57-60. — De Philostratus zelve is jongst uitgegeeven te Leipzick Anna 1709.

GO Hierocles, een heiden, omtrend het laatst van de derde Eeuw, fchreef een boek tegen het Christendom, genaamd Philalethes, waar in hij de geheele Legende uit Philostratüs overneemt, en Apollonius met Christus vergelijkt ; hij is door Eusebius Pamphilus opzetlijk beantwoord, cd caleem Demonftr. Euang. — Ondertusfchen wordt, eeven of 'er geen Eusekus in de wereld was, nog dagelijks in Dcïftifche en Neologifche fchrrften, Apollonius 'er bij gefleept, als men de wonderwerken beftrijden wil. — Zeeker als de Opklaaring ons zulk eene Critica geelt ten voordeele van Legenden, zullen wij fpoedig de daaden van den Held van Cervaijtss en van Arioste, en de reizen van CjUiLiVER en Klaas Klim een plaats zien krijgen onder de geféKiedfiukken van het eerfte'crediet. Op dezelfde wijs heeft men gebruik gemaakt van de Convulfien bij het graf van de Paris, maar men leeze, over de tegenwerpingen daar uit tegen de Bijbelwondercn gemaakt, den braaven Grijsaart Jacobi, Vïi ha.idel. over gewigtige Jlukken van den Godsdienst, T. 1. C. 2. alwaar ook de eerfte verhandeling over de zeekere Kenmerken van een echt wonderwerk, dat dienen kan om de waarheid van eenen Godsdienst te bevejtigen, verdient geleezcn te zijn.

(&) S. vatj Til , intrad in Ep. ad Eph. pag. 593. cf. paf. 606. Maar zo hij te gelijk met Paulus te Ephefen geweest is, gelijk zommigen denken, naar aanteekening van Witsius, de Vita ï'auli, Jets. 18 , waarom noemt hem dan de Apoftel niet, gelijk elders Simon , Elijmas , Hiimensus , Philetus, en Alexander met naamen genoemd worden? — het blijkt genoeg uit het gezegde,dat Apollonius nooit heeft uitgericht, het geen ons Philostratüs van hem verhaalt,en derhalven dat hij wel een Vijand was, maar niet zoo gewig-

Sluiten