Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X «9 X

voorbeeld voor geheel het Doften gedicht heeft (a). Maar, hoe akelig voor waarheid en godvrucht zouden de gevolgen geweest zijn, zo de Bekeerlingen het oor geleend hadden aan de Vervoering! onzeeker in grondbeginzelen, onvast in kennis, wuiffend in belijdenis, en flordig in gedrag, zou Christus hun onnut, en Paui-us een vergeefsch arbeider geworden zijn. — De troost van hun leeven en het belang der eeuwigheid vorderde derhalven, hen i.) door welgefchilderde beeldenisfen het gevaar te doen zien, dat zij loopen zouden; en 3.) hét weldaadig oogmerk van Jesus en zijn Euangelie, ook in dit opzicht,

£a) Dat Joannes reeds vroeg aan de Afiatifehe Gemeentens gearbeid nebbe getuigt Kusebius Hifi. Eccl. L. 3. C'. r. — Of hij daar op door Dqmitianüo in kookeuden olij gev/o/pen en onverlet gebleëvèn is (gelijk Tertulliauus de 'preefcript. C. 30, en uit hem Hierouijuus & Jóvihian. L. ti C. 14, Opj>. T. 2. p. 27, verhaalt) wordt van weerskanten betwist, men zie Heumaii TAbl. Brem, T. 3. p. 316, T. 4. p. 935, MosinuM, ibid. T' 4. p. 34, T. 5. p. 550 en WaLCH Hifi. Eccl. Sec. i. C i. Secl, 2. § 22. —

Zeekerer is het, dat Hij, na de' terugkoom.it uit zijne balliugfchap op Pxthmos, tot op. de tijden van Trajanus toe. die Anno 98 Keizer werdt, te Ephefen beftendig zijn jrèrblijf geh-uden, aïdaar in hoogen ouderdom geftór'vèn*, en nabij de Stad begraven is, niet Hechts uit Hierom. /. c. maar ook uit den brief, door Polijcarpu.;, btsfchop dier Stad, aan ViCTOR, bisfebop van Romen, bij die gelegenheid gefchreeven; en bewaard bij Eusesius H E. L. 3. C. 31. Dat de Apostel hier voorts een fchool hebbe opgericht, gelijk Polijcarpus naderhand te Smiraa, beneevens van de Schooien te Romen, Antiochien, Cafareen , Edeife , en vooral te AlïXandrijen in Egijpten, onder beuuur van Marcus, Panth i;us , Clsmens Alex., Origenrs&c. zie men bij Iï.euA:v,,adv. Har. L. 2. C. 32 p. 148. Ed. Massueti , Euseb. H. E. L. 5. C. 20, en vergelijke Jo. Ai;d. Schmidius, de fckola Cate~ ehet. Alexandr. voor het werkje van Aor. Hijperius , .de Cateeïiefi, en vooral (bij wien men alles zaamen vindt 1 Jo. Sim. Asssmaii, Bibl. Oriental. Clement. Katicana. T. 3. part. 2. pag. 914-919.

Sluiten