Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X 33 X

nfoom, en door een dwarrelwind beloopen, die, dan uit den eenen, dan uit den anderen hoek met geweld uitfchietende, hen flingert, en omvoert, tot dat zij eindelijk op een bank of klip gedreeven, of tegen elkander geftooten en verbrijzeld worden r a): — Eeven ééns gaat het den navolgeren der Dvv'aallecraars, die, zonder genoegzaame en folide kennis, het oor naar elke nieuwigheid laaten hangen, en dan met het één, dan met het ander ingenoomen, zonder vaften en bepaalden cours, in het onzeekere dobberen, en zoo ligt om re zetten als te winnen zijn: winderige weetenfehap met winderige woorden is eigen aan de Verleiding, dikwils zonder dat men weet, van waar die wind koomt, of hoe zijn weg is, hoort men een opgebiaazen geluit en ontwaart de fchade , en of uit den hoek der trotsheid , of der gierigheid , of der wulpsheid waaijende, wordt het onbeballast fcheepje, daar Stuurman op wand noch zeilen past, de prooi van de vernieling, en lijdt fchipbreuk aan het geloof.

y. De derde gelijkenis, die hun gevaar leevendig uitdrukt, is in het woord x.v@f'a , door de onze vertaald, de bedriegerij der meufchen. Deeze is de algemeene beteekenis en het gebruik van het woord ; maar' eigenlijk zegt het: de bedriegelijke treken der dobbelaars, die met valfche fteenen en behendige

konst-

(a) De letter der beeldnfsfen in den text wordt dei-lijk getcekend door GaTakerus in Notis ad M Antonin. L i. § 8 , daar onder anderen de gelli ïgerde fcheepjes juist befpbreeven worden, uit Ovidius, Met L 2, als die

jufto fine pondere labant,

Perque mare mitabiles nimia levitate feruntur. die de menfchelijke onbeftendigheid leevendig wil gefchÜJcrcr zien, leezs Horatius, de art. iPo'èt. v. 158-174.

C

Sluiten