Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X 34 X

konstgreepen dc menfehen bedriegen (a), wij moeten hec dus letterlijk vertaaien , door de gejleepenJieid van valfche fpeelers. Meenige onvoorzichtige waaghals, die zich djor het uiterlijk voorkoomen van een fatzoenlijk weüeeyend man laat inneemen , wordt, onder dien fchijn, van valfche fpeelers ver' fchalkt, die, ja, vooraf iets laatende winneu om de hebzucht en fpeeilust op te wekken, door "valfche kaart en verfchalking, eindelijk al de winst aan zich weeten te trekken, en den onbedachten fpeeler verarmen, die ten laatften, beroofd en bedroogen, 1102; dikwils genoodzaakt is den zoogenaamden fatzoenlijken bedrieger te bedanken voor de eer, die hij genooten heeft. Eeven zoo behandelen ons in het rijk der waarheid de verleiders, die verderflijke ketterijen bedektii/c invoeren : onder het fchoon voorkoomen van welmeenende onderrichters , diepdenkende wijsgeeren, geocffendc fchriftverklaarers, en mannen van verheeven fmaak en wel*z2ggens-kracht, wikkelen zij ons met zich in het fpel; men vleit ons door fchoonfpreeken , men geeft ons in het begin toe, en wij fchijnen voor de waarheid, voor ons kerkgenootfehap zelfs, met deeze groote mannen vrij wat te zullen winnen, tot dat wij eindelijk (geheel opgeligt door hunne verfchalking) waarheid, zeden, rust, confeientie, zaligheid en alles verfpeeld hebbende, hun nog veel verpligting hebben voor de eer van onze opklaaring, die ons ongeluk, maar hunne roem en voordeel is.

Niet minder naïf is het laatftc zinbeeld, dat, een

wei-

(a~) Men zie, over den eigenlijken zin van *»,3ei'k, Gatajcerus. L. C. enSuiCERus, in Thefauro, T; 2. p. 329. LuTHer vertaalt het; Durch fchalckheif der menfehen und tdun fihtrij.

Sluiten