Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

):( 4° X

zaligmaaker; de Jooden daar en tegen waren meer bedreeven in Gods oude huishouding en de leer der Prophectea, maar aan den anderen kant vol waan op den naam van Abrahams zaad en Gods oude volk, trotsch op de afkoomst van den Verlosfer uit hunne Natie, en verkleefd aan de Ceremoniën van den affchaduwenden godsdienst, toonden zij den onbeftjeden broederen een foort van minachting, en fcheenen immers nog wel eenige rechtvaardigheid uit de wet, en eenige vergeeving Gods, om hunner vaderen wil, te hoopen, terwijl die verwijdering door eene meenigte nuttelooze twiften over de wet, de befnijdenis, de fabbathen, de fpijzen, en diergelijke dingen, onderhouden en vermeerderd werdr. Hier bij kwamen de buitengewoone gaven, zoo noodig in dien tijd, om het Euangelie uit te breiden, de geloofsbrief te zijn voor deszelfs Verkondigers, en die, aan Heiden en Jood beide gefchonken, den eenen zoo wel als den anderen beletten, eikandcren uit vooroordeel geheel de broederfchap te ontzeggen: deeze gaven, onderfcheiden in aart, en verfchillend in maate, baarden nieuwe geleegenheid, om onderling te twiften, weH e gaven de grootfte waren, en nijdig te onderzoeker, wie de grootfte gunfteling des hemels, en gevolgehjk de grootfte man van zeggens - recht onder de Chriftenen was. Daar twee menfehen twiften is doorgaars het voordeel voor een derden, dus zouden de Dwaalleeraars van al dat krakeel een geducht gebruik maaken, en, in de partijfchap voordeel doende, veelen vervoeren tot een ander Euangelie. — Dit gezichtpunt moeten wij zeer dikwils in het leezen der Apofto'ifche brieven behouden; en althands zeeker bij het verklaaren van ons Text - verband niet yerlaaten, gelijk zommigen gedaan hebben. —

De voor uit ziende Apoftel vermaant, cn fmeekt hen bij zijne banden, vs. 1—3, tot éénheid van hart

eq

Sluiten