Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X 53 X

Ziet daar dit uitmuntend ftaal van Apoftolisch welzeggen, en gcgronden ernst, toegelicht: — Wij gaan over tot ons Tweede Stuk. —

I L

Na den dood der Apoftelen, en de volkoomener vere'e'niging der Belijders van Christus, waar toe de verv/oefting van Paleftina, de vernieling van den Jerufalemfchen tempel, en de verftrooijing der Jooden onder de andere volkeren, niet weinig toebragt,hielden allengskens de buitengewoone gaaven op, en de gewoone Opzienders, Herders en Leeraars, vervulden de plaats der Apoftelen, Euangeliften en Propheeten; de Kerk kreeg een meer gcveftigden ftand, waar in de■ fchriften der twee verbonden, toen voltooid, alleen het gezag hadden van Onfeilbaarheid; maar toen nu , met één, het Vooroordeel de platonifche beginzelen; de Menfchelijkheid de zucht naar gezag, en roem, en aanhang; de Zondelijkheid haare verkeerde neigingen en vleefchlijke driften; en, in laater tijd, de tijdelijke Voorfpoed de hoogmoed, met haare echte kinderen, verwaandheid, fcheur-ziekte en zins-believing, in het Chriftendom heeft ingevoerd, ontftonden van tijd tot tijd zoo veele dwaalingen, ketterijen en veroafteringen der Euangelie-leer (die men, — of door eigenzinnige en vreemde verklaaring der Apoftolifche gezegden, — of, aan de andere zijde, door gekunftelde ondermijning van hun gezag en invloed poogde in te voeren, zoms de menfchel'jke wellust vleiende, zoms ook den fcnijn van naauwgezette Godzaligheid en tucht behoudende, nu en dan zelfs de redelijke en echte Godzaligheid in'eigenwilligen Slenterdienst, of in geestdrijvende dweeperij, veranderende) dat de waare bedienaars van Gods zaligmaakende genade genjeg te doen hadden, om het D 3 voort-

Sluiten