Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X 57 X

eer van Jesus in den vorftlijken Haag, verdeedigt,:

bevoorderd heeft.

Maar ons roept een ander werk, dat, hoe zeer daar van verfchillende, echter daar aan zeer verwondfchapt, en in onze dagen eeven zeer noodzaaklijk is.

Te weeten, vermids in het door God begunftigd Europa de leer van het Chriftendom, en in ons gezeegend Vaderland, en eenige aangrenzende Duitfche en Britfche Staaten, de gezuiverde Euangelifche Godsdienst de heerfchende Leer en de belijdenis der Hoven , de (a) dc£a6 %pci\üv\a>v is geworden, en, eeven daar door, rang, eer en voordeel aan de erkentenis van die Leer verbonden is, die door openlijk gezag befchermd wordt, zo heeft zeedert eenige Jaaren, in het laatst van deeze Eeuw, eene valschgenaamde Verlichting of Opklaaring het middel gevonden, om, in plaats van deeze voordeden te misfen, in teegendeel door allerlei list en voortplanting der misleiding, dezelve door den tijd alleen aan zich te trekken.

Doortrokken van den geest des ongeloofs, en vijanden van het kruis van Christus zijnde, zag men de

fcha-

(V) Deeze benaaming, Ai£«e xpeci2>Tat, is reeds zeer oud, en de zin wordt onder de Geleerden betwist. Suidas, in Lexic. ad vocsm itfftpuntf, verhaalt, dat Zeno de hoogfte eerampten aan Severianus aanboodt, Utfhut» »> «|>»iii>r, dat is, als hij eer. Chrijlen wierd: de plaatzen van Porphijrius zijn aangehaald bij Eusebius, prtep. Euang L. 9. C. 10, en die van Julianus , uit zijne redevoering te Antioehien, die hij Mifopogon noemde, met meer anderen, zijn te vinden, in de IToten van Valesius, pag. 56, en vergelijkt het nuttige (luk van Hebenstrëit, Chrijlianus sj-oAi/awn»s, C. 2. p. 108. — Wat de beteekenis aangaat, Euseb. H. E. L, 4. C. 7, verklaart het de leer, die alle andere wetten der Goden en der Wijfgeeren in deftigheid en Wijsheid overtreft. Zou het niet eenvouwig zijn de leer der magtigen, de leer , die door de Grootcn wat aaagenoomen, de heerfikende Godsdienst ?

D 5

Sluiten