Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

>;( «4 X

ïen over dingen pan veel guooter gewfe* en van een eeuwig aanbelang, de Godheid van uwen Za-

üg-

het Plan deezer Leerredenen bekend werdt, vernam ik dat veelen van oordeel waren, dat ik tegen het zoogenaamd nieuw licht in onze Kerk prediken zou, cn niets minder zou ooit mijne verkiezing zijn. Het is 'er wel verre af, dat ik gelooven zou , dat alles, wat men nieuw licht noemt, zuiver echt Gereformeerd zou zijn, maar dan moet men daar teegen waarfchuvven in de Catechifatien en Catechifmus-preeken, en een doorgaand verftandig rechtzinnig preeken en bijbelsch gemoed-beftuur is daar tegen het gefchiktfte Kerklijk hulpmiddel; zou men wel gunftiger kunnen denken, b. v. over ae aanmerkingen over 'i minjcken vermogen en onvermogen tn den Godsdienst enz. volgens de grond/tellingen van Philadelphus, waar van het 2de ftuk in de maand Julij van dit Jaar is uitgegeeven? waar in men met ronde woorden leest er Zijn 7een doodlijk onmagtigen; geen voljlrekt verworpene i.n de Kerk; wij mogen de zaaligheid hoopen van onergehjke Ledemaaten; onze meefte Godgeleerde zamer.pllen en vraagboeken tallen hier in mis, en de meenigte van eenvouwigen zijn Labbadiftifthe Dweepers. Maar aan de andere zijde noemt men tegenwoordig alles nieuw licht, al is bet oude waarheid en zuiver Euangelie, en, fchoon ik wel wcnsctite, dat veelen mijner Medebroeders niet zoo ijverden voor hunne nieuwere fpreekwijzen, waarmede zij de uingen benoemen , om dat het den Vreede ftoort, ben ik echter verzeekerd, dat zij rechtzinnig zijn: dikwils hoor ik iets nieuw noemen, dat oude dwaaling is, lang weerlegd en dat zeer zeeker de Voorftandcrs zelve niet voor Orthodox houden , dewijl Zij binnens mondt en met een flag om den arm ipreeKen, hier tegen waarfchuwe men daar het te paskoomt, men kent hier in genoeg mijne denkwijze, en ik ftaa nog in de eerlijke fentimenten van Profr. Bonnet en van der Kemp , die in hun gefchil met den Heer Goodrike beweezen hebben dat eene Kerklijke Gemeenfchaps - tolerantie tegen de banden en wetten der Godsdienst-maatfchappij onmogelijk is, of zo het al mogelijk was , oneerlijk . onvoldoende en jcliadelijk. Maar de JJvcr moet ook paaien hebben: cikwils hoor ik Luw licht noemen al wat met de leiding of het beftum van deezen of geenen niet over één koomt, het geen it » onze oudfte en befte Godgeleerden lees, en met den lener onzer Sijmbolifche fchriften overeenftemt, zoo dat ik dikwils zelve niet weet, wat eigentlijk Nieuw Licht is, tei^zij

Sluiten