Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X 7 = X

vleesch, of wanneer ik hem als een verheeven Aeon Gods wtrk of als een wonderzoon der Moederjnaagd, mogelijk zelfs als een zoon van ]oseph , een bloot men-ch, misfchien zelfs een bedrieger, noem, verheerlijk ik in dat aües eeven eens de liefde Gods, die ons zijnen Zoon gegeeven heeft? rasch zal het dan wel hetzelfde zijn, of ik in de Chrtjlenkerk hem vereer, in de Sijnagoog hem eene vervloeking noem, in de Moskee den zoon van Abdallah voor Gods Propheet verklaar, in de Pagode wijrook brand voor Aapen of voor den Duivel, en in de bosfchen van America mijne medemenfchen aan de Zon oporfer. Kan deeze verfch'eïdenheid aan God zeedelijk behaagen ? kan duifternis en licht het zelfde zijn? of leert mij het innerlijk gevoel, dat echte God d enst een midden is tu-fchen de inbee dingen der dweeperij en d: trotsheden van het ongeloof, de driestheid van het bijgeloof en de losheden der ongod.-dierjftigbeid ?

En, terwijl nu deeze menfehen, oneens met zich zeiven en met eikanderen, altoos wankelende, altoos pnzeeker zijn (a), bedienen zij zich van twee konst-

gree-

00 Aartig koomt hier te pasfe de eerlijke bekentenis van T, J Rousseau, Emile, T. 3. p. 25. „ Ik pleegde raad „ met de Wijsgeeren: — zij weeten alles en bewijzen niets; „ zij fpotten zelfs de een met den anderen, en, gelijk zij „ allen in dit nuk over éen koomen, fchijnt het mij toe, „ dat zij daar in alleen ook Allen gelijk hebben. — Als men „ hunne gronden wil toetzen, dan hebben zij 'er geene, a's „ om af te breeken en neder te werpen; telt men de ftem„ men , dan ftemt elk voor zich zeiven , en zij zijn het nooit „ ééns, dan om te twijfelen. " — ln de daad, wanneer Wij het Euangelie Gods verlaaten, en deeze nieuwe Verlichtere volgen, dan zullen wij rasch met Seneca, Ep 05» zeggen: Deum colat qui novit, Laat God dienen die hein Jtent. — Hoe veel zaliger is de taal van een Apoftel: Doch wij weeten, dat de Zoon Gods gekoomen is en heeft ors bet r erfland gegeeven, dat wij den Waarachtigen kennen! 1 Joane §: ao.

Sluiten