Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

)•■( 7* X

ter Hem voor meer dan een bloot mensch houden .• o»» der deeze zijn zommigen in andere Leerftukken, buiten

tium 325, No. 82. Martialjs gewaagt 'er zelfs van, L. 7, Efiigr. 17.

Inter carmina fansiora, fi quis Lafcivte fuerit locus Thalias.

boewei Sozomenus, L. 1. C. 21 zegt, dat bij het nooit heeft kunnen te zien krijgen, uit hoofde van de zwaarc ftraf door Constantinus. op de boeken van Arriüs gefield; Socrates, H. E. L. i. C. 9. berispt ook het losfe en dartele van dit ftuk, dat. in het Concilie van Niceen veroordeeld is, als boven alle zijne andere nukken aanftootelijk: zou Thalia ook een drinklied beteekenen ? van 5«^aei», groenen beteekent SceAi«^ei», een vrolijk gastmaal houden, met krans/en begroend, en Sxbtitt is een vrolijke maaltijd, vcrgel. Aristophanes , Avibus, v. 734, en Face, v. 780 , en Nubibus, v. 308. In een drinklied, en dat van de allerwelluftigfle zoort, dingen van den Godsdienst te behandelen , en dwaalingen te verfpreiden, geeft geen gunflig denkbeeld van het charaeler van Arrius, en is met reden door de Godvrucht der Vaderen veroordeeld.

3.5 Over zijn dood is vrij wat gefchil. Arrius door zeekere dubbelzinnige belijdenis de gunst van Constantinus naderhand hebbende weeten te verwerven, en op het Concilie van Jerufalem herfteld zijnde, zou te.Conftantinopolen, op bevel des Keizers, door Alexander weder in de Ccmeenfehap der Kerk ontfangen worden, Anno 336, maar toen hij, met veel gevolg en ftaatfij, naar de Kerk ging , perste hem zoo de nood der Natuur, dat hij op eene heimelijke plaats ging, en door het ontfehieten zijner ingewanden ellendig en pijnlijk den geest gaf. Zoo verhaalt Athanasius uit den mond van den ouderling Macarius als ooggetuige, in zijnen brief aan Sehapion , Opp. T. 1. p, 671: echter hebben veelen dit als een vertelzel van Athanasius betwijfeld, en onder die de Obfervat. Hallenfes, addit. obf, 7. arnold , Ketter^ en Kerk. gefchied. T. i. L. 4. C 8'. § 3. p. m. 300, en de fchrijver van het (tukje, demorte Arrii commentitia, Lor.d. 1711, Spanheim zelve fpreekt 'er twijffelachtig van, Hifi. Chrifi. Sec. 4, hoewel ten onrechte, Socrates, L. 1. C. 38, Sozomenus, L. 2. C. 29, en anderen vernaaien het als eene bekende en erkende gebeurtenis ,

Sluiten