Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

>:( 8i ):(

iaa&tn de gevoelens der Remonftranten: In de leer

van God zijn zij eeven min beftendig; bij allen is Christus meer dan een mensch, echter bij zommigen naar zijn verheevener natuur toch een fchepzel, hoewel het eerfte, het verheevenfte, en in orde en waardigheid beide het begin der fchepping Gods, door wien God de weereld gemaakt heefc, die mensch geworden is om ons den raad Gods te verklaaren, of met hem te verzoenen, en daar na j'erheerlijkt tot een hoofd boven alle creaturen, en dit gevoelen fchijnt het naast te koomen aan dat van Arrius zelve. — Bij anderen is hij nog iets meer, meer dan een mensch, meer dan een fchepzel; een zoort van

middelweezen een uitvbeizcl Gods. Bij eenigen

zelfs

men 'er den ar.gehuwden fiaat der Kerkelijken beflooten hebben, hadt Paphnutius het niet verhinderd: ziet Socrates, L. i. C. ii en G. Calixius, de conjugio Clericorum, p. 170. Ook fchijnen de meefte Vaders vrij twistziek geweest te Lijn en grooter helden aan den Keizerlijken tafel, dan in de behandeling van Godsdierist-gefchilfen, gelijk uit het geval van Spiribjon blijkt, waarom ook voelen der Rechtzinniger! zelve, niet met de zaai:, maar met de wijs , waar op de zaak behandeld wat, te onvrede waren. Men vergeete echter niet de verdediging, die voor deeze Sijnode gefchreeven is, te vergelijken, vooral door Vitringa , orat. de Sijnodis p. 22, 23, 31, 54, 5Ü--66. Intusfchen, uit wat oogpunt men ook deeze Vaders befchouwc, ons geloof grondt zich niet op menfehen, maar op de H. Schrift, dus blijft dé veroordeeling der Arrianerij billijk, en wij zeggen met de Nederl. Geloofsbelijdenis, Art. g, over zulks neemen wij in dit ftufz

faarne aan de geloofs-fomme van Nicea, insgelijks het geen ij de Quden, in gelijkvormigheid van dien 'oefiooten is , Niet om dat het in 't Concilie bepaald is, maar om dat het met den Bijbel overéén koomt. gelijk wij, ter behoorlijker tijd, in volgende Leerredenen, hoopen te bewijzen. Deeze beroemde Geloofsbelijdenis is uit veele oude en geloofwaardige gedenkfehriften opgehelderd , door J. C. Suicerus , en in een zeer geleerde Verhandeling uitgegeeven ia 410 ts Utrecht, Anno 1718.

Sluiten