Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X §2 X

zelfs,ja God,maar niet zoo eenwig, zoo onafhanglijk als de Vader, zijn beeld, zijne wijsheid, zijn logos, zijn engel, een kracht zijner perfonaliteit; en deeze twee laatften, die men fijne Arrianen noemt, hebben veel meer van de Aeönen der oofterfche Wijsgeeren, zoo heerfchende in de zamenftellen der Gnojliken en Valentinianen, of van de Leer der Sabellianen, dan yan de eigenlijke gevoelens der Arrianen.

Dit zoort van gevoelens, wier voorftanders , onder den algemeenen naam van Subordinatianen begreepen zijn, om dat zij eene onderschikking der perfoonen leeren , en die nog in veele Subdivifien konden geclasfificeerd worden, fchijnt in Engeland van ouds geworteld; reeds in het Jaar 1548 werdt John Ashton, die onder het prediken zich iets Arriaansch hadt laaten ontvallen, tot herroeping door den Aartsbisfchop van Cantelberg genoodzaakt O); Hampstede , een Hollandsch predikant te London, (in Aufiin-friars) en zijn vriend Acontius van Tremen ontgingen in dit ftuk de onderzoekingen niet van Gkindal, den Bisfchop van London, in het Jaar 1550; en hoewel men onder Eduard VI, en Jacobus I, die leer met brandlïapels vervolgde (&;, werdc zij echter niet uit-

O) Men zie van doezen J. Ashton bij Collier, Ecc'.efiafi. hifi. Vol. 2. jol 266.

(/;) Zomtijds ben ik zeer onvergenoegd op Calvijn, dat hij Servetus te Geneve heeft laaten verbranden, de zaak valt niet te ontkennen, de man heeft het zeive erkend, en geloofde zijn pligt gedaan te hebben. — Maar als ik hierom alleen den anders waarlijk grooten Man zoo vreeslijk zie havenen in fchriften van zulken, die bij hem naauwlijks Leerjongens zijn, dan zie ik rond, om niet de daad, maar den man te verdeedigen. — Het weerekilijk zwaard is zeeker een oncWi.fïeiijk argument tegen de dwaalende; maar het was in zijn tijd eene algemeene leer, dat men hoofdketters , die God en |esus laftcMen.ook met den dood mogt en moest flraffen, — (tescuwoordig gelooft men, dat men ze geheel

niet

Sluiten