Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X 89 x

het hier genoeg is aan te merken, dat Hij alter n driebetrekkingen in God ftelt, zoo dat het Drietal der perfoonen enkel in een politieken zin moet genoomen worden , dat is voor betrekkingen van één en denzclfden perfoon, gelijk, bijvoorbeeld, dezelfde mensch, op éénen tijd, Vader, Man, Zoon, Koning, enz. kan weezen (•«), welke verklaaring, in de daad, zeer

wei-

tijke voortveetenfchap leert Doddridge : De zaakcn zuikn „ niet aanweezig zijn, om dat God ze voorziet, maar hij „ voorziet ze, om dat ze aanweezig zijn zullen ". Propof. 35 Schol, i — Misfchien lijdt eene zachter uitlegging 's Mans gevoelen over de niet altoos woordlijke Ingeeving aan de Apoftelen : Eng. Uitg. in 4/0 p. 333. Nederd. Vertaal. T. 2 p. 252. — Duidelijker zijn de wangevoelens over de perfonaliteit en de Uitgang van den H. Geest, E ig. p. 300". Nederd. T. 2. p. 396. De toereekening der Erffchuld Eng. p. 415. Nederi. T. 3. p. 22. De aart des Geloofs Eng. p. 424. Nederi. T. 3. p. 40. De aanbidding van Christus alleen, zonder gewagmaaking van den Vader, als ongeoorlooft, en bijzonder de aanbidding van den H. Geest, E.ig. p. 486 Nederi. Vert. T. 3. p. 173. En veele andere misvattingen, waar van ik de Lijst hier vruchtloos vergrooten zou. lntusfchen is het genoeg op te maken, dat de hoofddwaalingen van Watts en Doddridgf ontleend zijn van , en in een gemoedclijken form gegooten, uk Richard Fleeming, die Anno 1725 zijn Chrijlologie in 2 Deelen, gr. 8vo uitgaf, welke op de gevoelens van Dr. Clarke, over de Derivatie, en Gefubordineerde Godlijkheid van den Zoen en van den H. Geest gegrond was.

(c) Propof. 130. Schol. 1. Zoo veréénigen zich, bij. voorbeeld in George III drie politieke perfoonen, of betrekkingen. Koning van Groot Brittanjen , Hertog van Brunswijken Sehatbewaarer van het Keizerrijk. — Hoe meer men dit flelzel indenkt, hoe zeekerder het wordt, dat men Watts en Doddkidge eigenlijk geen Arrianen of Socinianen noemen kan ; zoms hebben zij Arnaanfche, zoms Sociniaanfche begrippen, over het geheel echter hebben hij het meest van de Sabellianen. — Ik weet, dat men in de Kerkhiftone twist over het eigenlijk gevoelen van Sabellius . die een Difcipel was van Noëtius , welke tot de Gnoftiken behoorde; maar In dit geval kunnen wij ons veilig houden aan de opgaaf vm Doddridge zelve, Propof. 131. Schal. 5. „ Sabelxius F 5 „ ( zegt

Sluiten