Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

>•'( "o )--f

a.) De Heilige Schrift, dat dierbaar gefchenk der godiijke goedheid, dat dóór alle Proteftanten voor den e'e'nigen en onfeilbaaren richter des geloofs erkend wordt, zegt men te behouden, maar beneemt het alle kracht: men noemt het een fchoon gedenkftuk der oudheid, maar dat geheel Joodsch, geheel locaal is, voor Palejlina gefchikt; het is van God ingegeeven , zegt Teller , om dat al het goede daar in van God is, en tot God leidt, én dat noemden de Otiden geïnfpireerd; — Semler verwierp voorheen de ingeevïng geheel, en fcheurde Jofua, Richter en , Ruth , de Koningen, Chroniken, Ejra, Nehemia, Efther, Prediker, Hooglied, en de negen laatfte Capittelen van Ezethïèl, beneevens Mattheus, Philénwn, de Openbaaring, en eene meenigte afzonderlijke ftukken uit den Canon weg; — Dam noemt de fchriften van Moses godlijk, voor zóo verre zij tot God leiden, maar de gefchiednis van den val is verdicht, van het overige is veel waar, maar dichterlijk ingekleed , zoo ook bij Job, de inneeming van Canaan door Josua is vcreierd, Samuël vol fabelen, de Pfalmen zijn fchoone dichtftukken , maar geene profecijen, en de Profeeten zijn waarzeggers of geestdrijvers, vooral Daniël; — Bahrdt ontkent alle Profecijen, en meent alles uit de nexus caufalis, den fchakgl der oirzaakën, te kunnen verklaaren (ö); — en Tollner bcweerr,dat 'er de Godsdienst niets bij verliest, al valt de Ingeeving geheel weg. — Het Nieuwe Teflament behandelt men niet eerbiediger dan het Oude.- de hoofdzaak is zeedcleer, zegt Dam , en al wat daar in uit het oude ontleend wordt,- is, naar Tellers leer, locaal, tempoia) Ziet Bahrdt , Grieckifch Deutjcher Lexicon über das jV. T. in Art. fyèprfié»; «. 3742. en vergelijkt daar tegen Judoc. Heringa., Verhand, van het HaagschGenootJeh. voor 1789. p. 184.-

Sluiten