Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

)< 113 X

En nü begrijpt gij ligtlijk > hoe men leeft met die Leerftukken, welke de Proteftantfchc Kerk, op grond der Gods-ontdekkingen, voor waarheid houdt.

b.) Het

zegt men/«, is het dan geen tvfitU, geen bedrog van valfche Speelers, als men de menfehen wijs maakt, dat men den Bijbel voor Godiijke fchriften erkent? --- Zoo ven' als hem nuttig fchijnt zal ook de Muhamedaan, de Jood deBrairrtn en de Naturalist van den Biibel geiooven, van het IN. 1. gelooven, zijn zij daarom Chriftenen en Proteftanten? de Engelfche Hartleij is zoo eerlijk, dat hij toeftaat, de leer der Verzoening is nuttig voor die, om hunne zonden, voor de gerechtigheid van God Vreezen, maar kan men dien indruk door Sophifterij of door fpotten , overwinnen , dan wordt die Leer zoo onnut, als die der Confcuntte in den Natuurlijken Godsdienst. — Van zulke menfehen heelt men een fchooncn Bijbd te verwachten, als hun zedelijk gevoel ons die moet geeven ! — lk geloof gaarne met mijn geheele hart, dat Semler en anderen, die dien regel geeven, meerder deugd bezitten, maar zoo lang het Godiijke eener leer afhangt van elks zedelijk gevoel, zullen wij toch nooit zeekcr Zijn , wat Godlijk is.

2.) De andere regel, daar men alle bewijzen mede ontduikt, is: christus en de Apoftelen fpraken naar de vooroordeelen van de menfehen, met wie zij te doen hadden. Steinbart, Bahrdt, Semler , Teller , en veele anderen, drijven dit fterk; en hoe zeer onder ons'dcPrijsverhandelingen in Teijlers Genootfchap T. 12, en dc Heer vaw HÉmert in Orat. hier voor geijverd hebben, is aan allen bekend. Dan. hoe veel hier bij gehaald wordt wat tot deil pefchi'ftaat niet behoort, en hoe onbewijsbaar dan deeze [telling zij zie men in de, reeds boven aangehaalde, fchoone Verhandeling van den Heer Jud. Heringa, Godgel. Haagscli Genootfchap voor 1789, dubbel billijk met goud bekroond

5 ■) Eindelijk heeft men nog den allerverderflijkftcn Regel, die op de -.wee voorige rust. „ Wijl de bijbel alleen Goa, lijk is voor zoo verre hij nuttig is door zijne Zcdeleslen, en al het overige zoo ingekleed is in den fmaak der Y olks" vooroordeelen, ZOO locaal, zoo temporair', volgt daar uit, dat men ze voor geen Volksboek moet houden, maar er een kort uittrekfeï van maaken, waar uit alles gelaatcn „ Wierdt, dat voor onze tijden niet gefchikt is ' . — Dus geene Verborgenheden, die zijn alleen voor den bedorven fmaak van dc Jooden cn Heidenen; ook geene gefchtedems-

Sluiten