Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

x «■* x

Wat de Bijbel van het laatfte oordeel zegt, noemt DaSï er.kel Beeldfpraak: en wat de tockocmende ftraffen betreft , de eén ontkent ze geheel, en droomt, of van een herzinken in het Niet , of van eene Sentimenteels weereld, waar in zich de vermaaken van dit leeven hernieuwen; bij den anderen is 'er, ja, eenige ftraf, maar tot verbeetering; de eeuwigheid der ftraf is een verdichtzel der Geeitlijken (a), terwijl de bezaadig-

fte

worden ? zou Paulus dan naar de ontbinding hebben kunnen verlangen, als zijnde verre het befte, Phil. i: 23? men leeze Reimarüs, waarh. v. d. Nat. Godsd. p. 428.P1NTO, iegen de Materialijlen. C. 10, en hoe algemeen de Leer der onfterflijkheid en van een toekoomenden ftaat van belooning bij alle volkeren was en is, zeggen ons Seneca , Ep. 117. de befchrijvers van de Godsdicnften der Volkeren, Mobach, Hurd , enz. voorts de Reizigers Pinto, le Blanc, IJves , jNibuhr , en honderd anderen , vergel. Vossius, de orig. (S pmgr. Idolol. L. 1. C. 10. — Uit dit zamenftel, de ziel Jierft, en die der deugdzaamen Jlaat met het lichaam op, moet men de ftrijdigheid bij Pkiestleij verklaaren, die in deVerbafi. T. 1 , p. 158-168 betreedt, om te bewijzen, dat het hoofdoogmerk van Jesus koomst geweest is, om eene Opftanding en toekoomend leeven te bewijzen, en dar dezelfde Man in zijne laatere fchriften zich rond uit voor een Materialist verklaart, en de Ziels-onfterflijkheid en de opftanding der dooden loochent, willende onder des niet voor ' een Deïst, maar voor een oprecht Chriften gehouden worclen Vergel. Wendeborn , tegenw. fiaat van Groot Britt. T. 3. p- 359, en 3-66 en 367.

00 Origenes zou reeds geleerd hebben „ dat 'er eene 5> geduurige beurtwisfeling van rampzaligheid en geluk tot „ ih eeuwigheid zou plaats hebben, zoo dat Duivel enDoe„ melingen, eindelijk gezuiverd zijnde, de zaligheid bekoo„ men, maar, na een zeer lang genot, weder verliezen „ zouden". Ten minften wordt dit op 'sMans reekening gefteld , door Augustin. Enchir. de Haeref. C. 43 , cf. ibid. Daneum, & de Civ. Dei. L. 21. C. 17., en door Hierokt. ad Avitum , Opp. T. 2. p. 154. De geleerde Halloix heeft hem echter verdeedigd. Zo de befchuldiging echt is, fchijnt de grond te zijn in 's Mans verkeerde denkbeelden over de Vrijheid van den wil, gelijk reeds is opgemerkt, door de geleerde Cent, Magdeh Cent. 2. C. 4. p. 44, die

ook

Sluiten